L o g b o e k   M a r i j e
 

<<< volgende

Bericht 111-120

vorige >>>

 

       
120
Bericht geplaatst op:

Wo 19 okt 201
1

Panem et circenses

Regelmatig, als ik het nieuws kijk of lees, word ik geconfronteerd met onderzoeken naar ‘de mening van de bevolking’. Zo zou een ruime meerderheid van de Nederlanders tegen verhoging van de pensioenleeftijd zijn.  Hadden ze mij maar gebeld! Ik ken namelijk helemaal niemand in mijn omgeving die het een raar idee vind dat we langer moeten werken. Vroeger viel je gewoon de dag na je 65e dood neer. Slechts een enkeling werd ouder dan 80. Dat scheelde lekker in de AOW kosten! Nu je leven pas begint op je 80e, is het toch logisch dat wij langer moeten werken? Blijkbaar horen ik en mijn omgeving niet tot de meerderheid van Nederland.

Ander voorbeeld: de kandidaatstelling van Amsterdam voor de organisatie van de Olympische Spelen in 2028. Ik zou zo graag eens met Maurice de Hond aan de telefoon hangen daarover! De bewoners van Amsterdam zijn er tegen, zo blijkt uit een poll onder 2000 inwoners van de stad. Nou, ik ben een bewoner van Amsterdam die er 100% VOOR is. En zo ken ik er nog een heel aantal. Van de ondervraagden waren de meesten bang voor de overlast, het geld wat het kost, infrastructurele aanpassingen die het vergt en nog een aantal van die beren op de weg.  Zo zonde!

Misschien zou ik moeten solliciteren naar een baantje bij zo’n onderzoeksbureau. O, mijn handen jeuken echt om al die tegenstemmers eens te woord te staan! Ik zou ze kunnen vertellen over de magie van de Spelen. Ze zouden misschien niet meteen overtuigd zijn, maar wat als ik ze zou meenemen naar mijn twee vorige Paralympische avonturen? Wat als ik ze zou vertellen over de tinteling die door je heen gaat bij het aanraken van de Olympische atletiekbaan, bij het zien van al die sporthelden om je heen? Wat als ik ze zou vertellen dat je met één 100m een hele natie kan verenigen, dat de Spelen geen hooligans kent omdat alles even tof is en dat zelfs de sporter die genadeloos gefaald heeft op een Olympisch toneel jaren later toch met een glimlach en een twinkeling in zijn ogen terugkijkt op zijn deelname?

Ik weet zeker dat ik ze zou kunnen overhalen hun mening te herzien. In deze tijd van angst, van ‘ik hoop dat ik aan het eind van de dag beter af ben dan mijn buurman’ en de verschuiving van sociaal naar asociaal, hebben we die kandidaatstelling nodig. Julius Caesar zei het niet voor niets: “Panem et circenses”. Oftewel: geef ze brood en spelen.  Geef ons de Spelen! Ik weet zeker dat Amsterdam er een boost van zal krijgen en dat het euforisch gejuich van de gouden medaille winnaars nog jaren te voelen zal zijn als een koele zomerbries tussen de huizen en in de harten van de Amsterdammers. Een stad waar je trots op bent het toneel maken waarop de grootste atleten der aarden strijden om de grootste prijzen der aarde, wie wil dat nou niet?

En nu ik er zo over nadenk: ik zie nog een aardige rol weggelegd voor die stokoude bejaarden waar we nu met z’n allen zo krom voor liggen. Laten we degenen die de Spelen van 1928 hebben meegemaakt bombarderen tot ambassadeur van onze kandidaatstelling. Ik weet zeker dat zij als geen ander kunnen vertellen hoe waanzinnig ultiem gaaf het toen al was, een herinnering die zelfs de agressiefste Alzheimer moet hebben overleefd.

Dus, burgemeester van Amsterdam, ik doe een appèl op u. Ga de straat op, ga staan op dat appelkistje en overtuig de zuurpruimen. Geef ons brood en Spelen.

   
       
119
Bericht geplaatst op:

Ma 3 okt 201
1

Verscheurende Liefde

Uit Jip en Janneke de Mjoeziekul (vanaf woensdag aanstaande in theaters door heel Nederland, een must see!):

  1. Vader van Jip: “de zomer is dood”.

  2. Jip: “Wat?? Is de zomer dood! Dat is erg!”

  3. Vader: “Dat is een uitdrukking, dat zeggen mensen als de zomer voorbij is,

  4. maar de zomer is niet echt dood. Die komt volgend jaar gewoon weer terug”.

  5. Jip: “Ow… dus de zomer is eigenlijk alleen maar flauwgevallen”.

De zomer is flauwgevallen, de winter is begonnen. DE winter mag je wel zeggen, de allesbeslissende winter voor het allesbeslissende jaar 2012. Dat klinkt alsof ik iets te veel naar de mythe Maya’s en andere onheilsprofetieën heb geluisterd, maar het voelt ook echt alsof de wereld ophoudt te bestaan na de Spelen van volgend jaar.  Wat kunnen we doen tot Het Einde? Zo hard mogelijk trainen en genieten, zo goed mogelijk presteren volgend jaar.

Vanochtend was dan de eerste training van De Winter. Mijn benen werden ruw wakker geschud, mijn longen doen nu nog pijn, en dat terwijl dit zo ongeveer de makkelijkste training was die ik te verstouwen krijg de komende tijd. Links en rechts van mij liepen Marlou van Rhijn en Suzan Verduijn, die er duidelijk ook moeite mee hadden. Lachend om elkaars beroerde lichamelijke conditie, prezen we ons gelukkig dat we nog een heel jaar hebben.

Ik ben blij dat het begonnen is. Die Spelen, Londen, dat is toch altijd een soort fata morgana, ergens ver weg aan de horizon. Nu wordt het eindelijk tastbaar. De komende maanden staan in het teken van hard trainen en spierpijn, maar de kop is eraf. Het is echt begonnen. In mijn hoofd klinken de Virtuoze Matrozen met hun liedje Verscheurende Liefde: “hulpeloos kijk jij mij aan, voordat we naar de haaien gaan…”

 
   
       
118
Bericht geplaatst op:

Do 14 sept 201
1

Niet links, niet rechts...

Er is al een tijd niets nieuws op mijn website verschenen. Daardoor is een groot deel van mijn wedstrijdseizoen alleen op Twitter en Facebook te volgen geweest. Niet chique, mijn excuses. Maar zoals ik de krant altijd het liefst van achter naar voren lees (het leukste nieuws en de interessante artikelen staan altijd achterin, van de eerste 10 pagina’s word ik over het algemeen alleen maar somber), is het ook niet zo erg om de afgelopen tijd retrospectief te bekijken. De enige uitdaging die mij rest is dit verhaal enigszins beknopt te houden en uw aandacht niet te verliezen.

Van achteren naar voren dus. Het is nu half september en mijn wedstrijdseizoen is nog niet voorbij. Aankomende zondag loop ik mijn laatste 100m van het seizoen in Milaan, tijdens een soort Italiaanse FBK games: de Notturna di Milano. Ik heb er zin in, alleen al omdat ik uitgenodigd ben voor deze wedstrijd. Dat geeft al een speciaal gevoel. En sinds ik koffie ben gaan waarderen, lijkt Italië me de place to be. Dat is dus aankomend weekend, 19 september. Ik zal jullie voor half december op de hoogte stellen van mijn prestatie daar…

Dan het deel van het seizoen wat wel al achter ons ligt. Ik heb dit jaar veel wedstrijden gedaan, een stuk meer dan vorige seizoenen. Gedachte daarachter was dat we in dit voorparalympische jaar zoveel mogelijk willen ‘oefenen’ voor volgend jaar. Dus, in mei en juni een piekmoment en dan eind augustus en begin september weer een. Daartussen zat een periode van trainen, waarin ik wel wedstrijden heb gedaan, maar die leverden door vermoeidheid geen goede resultaten op. Dat experiment was niet zo geslaagd en zullen we volgend jaar niet herhalen.

In mei en juni heb ik wisselvallig gepresteerd. Met 3.68m in Vught was het verspringen goed, hoewel ik ook 3.37m liet noteren op de FBK games in Hengelo. De 100m ging moeizaam, na twee dramatische races in Hoorn en Hengelo wat gesleuteld aan mijn protheses. Dat leverde gaandeweg het seizoen wel betere tijden op, met als beste tijd dit seizoen 17.85s, in juli in Singen op de Open Duitse Kampioenschappen. Maar de limiet voor de Spelen is 17.60s, en mijn PR 17.71s, dus het is nog niet goed genoeg.

Eind augustus leek mijn tweede piek overtuigender dan de eerste. Ik sprong een SB in Oordegem (3.69m) en ben in de vaste overtuiging dat het nog veel verder kan. Toen ik een week later op 2 september in Utrecht een halve seconde van mijn PR op de 150m af liep, leek een goede tijd op de 100m tijdens de Arena Games in Hilversum binnen handbereik. Helaas gooide daar de wind roet in het eten: ik liep een goede race, maar -1.8ms wind is best veel als je er 18 seconden tegenin moet lopen. Ik kwam helaas een stuk langzamer over de finish dan in Singen: 18.28s, daar moest ik het mee doen. In Hilversum sprong ik 3.65m.

Resumé Overflakkee: qua 100m was het een moeizaam seizoen, ik vond pas laat de snelheid, en ik loop nog niet zo hard als nodig is. Toch geeft het eind van het seizoen me vertrouwen dat ik sneller kan en de juiste modus heb gevonden. Ik ben in het voorseizoen nog lang moe geweest. Verspringen dan, toch wel een beetje ‘mijn ding’. Het gemiddelde niveau is hoger dan vorig jaar: ik heb vorig seizoen niet 1x over de 3.54m gesprongen, nu is 3.60m geen uitzondering meer. Maar topsport gaat niet over gemiddelden en het is me niet gelukt 3.73m (mijn PR uit Christchurch) te verbeteren, iets wat ik toch vast van plan was. Ook hier gaf het eind van het seizoen me het vertrouwen dat het er wel in zit. Het voelt alsof ik nog niet de juiste combinatie van in te drukken knopjes en schakelaars heb gevonden bij mezelf, zodat ik alles een keer kan laten kloppen. Op mijn laatste wedstrijd in Hilversum, ging er in elke sprong iets anders goed, iets anders fout. Komend jaar wordt de opdracht al die afzonderlijke onderdelen bij elkaar te brengen. Het kan verder dan 3.73m, en bij voorkeur was dit al dit jaar gebeurd. Wat dat betreft ben ik wel teleurgesteld in mezelf. Aan de andere kant is het bij mij nooit echt vanzelf gegaan en wie weet is dit een gemene truc van mijn lichaam om me extra scherp te krijgen voor komend jaar. Hoewel ik nauwelijks motivatie nodig heb, ben ik nu wel Heel Erg Extra Mega gemotiveerd om te laten zien dat die 3.73 geen toevalstreffer was.

Bent u er nog? Chapeau als u tot hier gelezen heeft. Een teken dat u minstens evenveel doorzettingsvermogen bezit als alle mensen om mij heen die me dit jaar weer hebben bijgestaan met raad, daad, tissues, warme woorden en een schop onder mijn kont daar waar nodig. Pieter, Paul, Arno, Guido, Suzan, Claire, Rianne, Pelle en Marijn, wat zou ik zonder jullie zijn?

Ook wil ik mijn sponsors bedanken. Omstandigheden maken de man, is niet voor niets het gezegde. Dankzij ASICS heb ik elke training kunnen afwerken op de juiste schoen aan de linkervoet en dankzij Otto Bock zat er aan de rechterkant de juiste prothese, in elkaar gezet dankzij de tomeloze inzet van Frank Jol Hoorn Orthopeadie. Immens blij ben ik met de support van NOC*NSF en de Atletiekunie, zij maken het onderscheid tussen topsport met en zonder handicap niet meer. Graag bedank ik professor Marc Benninga, die me in staat stelt het contact met de geneeskunde niet totaal te verliezen maar zich vooral heeft ontpopt tot ultieme supporter en Marije Smits propaganda machine. Tot slot dank ik iedereen die fan is van Team Parastars: samen tillen we gehandicaptensport naar een hoger niveau en overtuigen we zelfs de zuurste augurk van de awesomeness ervan.

Nog 1 stop in Milaan en twee weken rust. Vanaf dan is het niet links, niet rechts, maar recht door (Noord)zee. Op naar Londen. Voornemen 1: jullie vaker berichten over mijn wel en wee. Stay tuned!

   
       
117
Bericht geplaatst op:

Ma 15 aug 201
1

Kent u die uitdrukking?

Dominee Gremdaad zou zeggen: kent u die uitdrukking, naar jezelf kijken van een afstandje, kent u die uitdrukking? Ik had dit weekend zo’n ervaring. Ik keek naar mezelf vanaf een afstandje. Middenin Londen. Sterker nog: op Trafalgar Square, pal naast het electronische aftelbord tot aan de spelen (het was nog 387 dagen, 21 uur, 37 minuten en 5 seconden tot de start van de openingsceremonie, om precies te zijn). Ik bekeek mezelf van een afstandje. Ik had een telefoon in mijn hand en gaf een interview. Ik bekeek mezelf niet alleen, ik hoorde mezelf ook. Ik hoorde zelfs mijn gedachten. Dit is wat ik hoorde (met mijn gedachten tussen haakjes):

“Offers? Ja, natuurlijk maak ik offers. Zeker in de winter zijn de trainingen zwaar, zo zwaar dat ik feestjes en uitjes afblaas. En in de zomer is het energie sparen voor wedstrijden. Maar, geloof me, het voelt niet als een opoffering (bovendien, wat is er zo slecht aan een offer? Ik geloof dat de Egyptenaren met liefde een schaap of geit aan de goden offerden, en die goden waren er zelf ook behoorlijk blij mee). Ik kan me eigenlijk weinig leukers bedenken dan een zonnige training op een nagenoeg lege atletiekbaan ergens in het zuiden van Europa. Ja, ik kan mijn trainer regelmatig vervloeken om de martelingen die hij bedenkt, maar het voldane gevoel als je zo’n training dan succesvol aflegt, is iets wat ik slecht zou kunnen missen (het is echt, echt beter dan die pot pindakaas leeglepelen terwijl je voor de 10e keer Sleepless in Seatle kijkt). En last, but not least, dankzij de sport kom ik op plaatsen waar ik anders nooit terecht zou zijn gekomen. Bijvoorbeeld in Beijing, in een stadion gevuld met 90.000 chinezen, of in Sydney, of Christchurch. En dichter bij huis mag ik aanwezig zijn als spreker bij gave symposia, sportdagen en andere interessante bijeenkomsten. (Eerlijk gezegd kan ik me niet voorstellen hoe ik een normale werkweek achter een bureau zou moeten overleven). Nee, ik kan eigenlijk niet gelukkiger dan ik nu ben. Hoe cliché het ook klinkt, mijn hobby is mijn beroep!”

Zo, zo, wat een volwassen gepraat, zo middenin Londen. De ik die op mezelf neerkijkt knikt instemmend. Maar dan kijk ik nog een keer goed naar mezelf. Ik zie er nogal futloos uit. Mijn schouders hangen, mijn ogen staan vermoeid. Niks in mijn gezicht en lichaamshouding support het enthousiasme van mijn stem.

Dat moet die andere kant van de medaille zijn. Want ik was natuurlijk niet zomaar in Londen. Ik was hier voor een wedstrijd. Een wedstrijd die echt slecht ging. Bijna onwerkelijk slecht (ik sprong slechts 3.47, om over de 100m nog maar te zwijgen). Ik voelde me voor de wedstrijd al beroerd, en na de wedstrijd was ik klaar mezelf in de Thames te storten. Want naast het gelukgevoel van al die goede trainingen en wedstrijden, is daar de desastreuze invloed van een slechte performance. De verwijten kunnen alleen maar aan mezelf geadresseerd zijn, want niemand anders dan ik stond daar op de aanloop en aan de start. Waarom lukte het niet? Waarom liep mijn aanloop zo slecht? Waarom was ik zo’n loser? Het zijn vragen die me nog dagen kunnen bezighouden. Vers opgebouwd zelfvertrouwen brokkelt zo makkelijk af!

Maar gelukkig blijf ik nog even langer kijken naar mezelf. Ik zie dat ik de telefoon ophang, een diepe zucht slaak en om me heen kijk, op zoek naar Pieter. Hij staat al bij het aftelbord, waar het inmiddels nog maar 387 dagen, 21 uur en 29 minuten duurt tot het losbarsten van de Paralympics. Hij zwaait enthousiast en poseert naast drie Chinese toeristen die  niet misstaan hadden in de dwergklasse. Lachend maak ik een foto, de lichtjes keren weer terug in mijn ogen. Nog 387 dagen, waarvan de eerste nu begint. Ik weet dat ik dit wil, dit kan. Het komt allemaal wel goed. Kent u die uitdrukking?

   
       
116
Bericht geplaatst op:

Ma 11 juli 201
1

Het Knikje

Zo langzaam mogelijk loop ik terug naar het 150 meter punt op de baan.  Ik hijg als een zwanger paard, mijn benen doen zeer en een storm aan gedachten waait door mijn hoofd. Het Knikje! Arno gaf me gewoon Het Knikje. Ik kan er niet over uit. Terwijl ik mijn ademhaling onder controle probeer te krijgen (nog een halve minuut pauze tot het volgende loopje), vraag ik me af of ik me nou zo aanstel. Ik kreeg immers Het Knikje.

Voor degenen die niet weten wat Het Knikje is, zal ik het uitleggen. Het zal voor jullie geen verassing zijn dat ik nogal lang van stof ben, doorgaans. Smsjes houd ik zelden binnen de 160 karakters, mijn columns voor het blad LEF moeten altijd worden ingekort. Het Knikje is uitgevonden door Suzan, mijn trainingsmaatje. Zij moet regelmatig een spraakwaterval van mij aanhoren. Dat zou geen probleem hoeven te zijn, als ik nou een reïncarnatie was van Freud, of Nietzsche. Maar meestal begin ik een vrij onzinnig verhaal en op het moment dat ik met een stralend gezicht wacht op een reactie, doet Suzan het enige juiste. Ze glimlacht vaag voor zicht uit, mompelt “hmhm” en knikt met haar hoofd. Het Knikje. Een beetje dat wat je doet naar een kleuter die voor de 10e keer roept “kijk mij dan, kijk mij dan!” en vervolgens vol trots showt hoe goed hij zijn hoofd in zijn tshirt kan stoppen. Zo’n Knikje. Jaja. Hmhm. Interressant hoor. Not.

Dus, ik kreeg Het Knikje van Arno. Die woensdag, tijdens de 150 meters, die donderdag tijdens de krachttraining en ook vrijdag, toen al mijn ledematen schreeuwden om medelijden en mijn voorzichtige opmerkingen (“ben een beetje gaar”) over waren gegaan in luidkeels geklaag (“MOE!”). De boodschap was duidelijk: ik moest niet zeuren, het schema afmaken. Moe zijn was geen optie.

Tot zondag. Ik deed mee aan de Eef Kamerbeek Games in Eindhoven. De 100m overleefde ik nog enigszins en wellicht was de tijd iets beter geweest als de wind de goede kant op geblazen had. Maar tijdens het verspringen ging het licht uit. Twee keer de bak ingevallen en een onstuitbaar opkomende huilbui al na de tweede poging: het was op. Maar aangezien ik tot en met vandaag voornamelijk van Arno Het Knikje kreeg, voelde ik me vreselijk. Was dit de bedoeling? Was ik nou zo moe of verbeeldde ik me het? Ik bakte er helemaal niets van, wat zou de coach wel niet denken? En de bondscoach? En alle anderen die getuigen waren van deze Smitsiaanse meltdown? Ziet dan niemand dat ik gewoon Heel Moe ben (denk hier een echo bij)?

Maar gelukkig, na de zesde poging, toen ik niet meer wist of ik nou moest zitten of staan of liggen of gewoon verdwijnen door een gat in de grond, was Het Knikje nergens meer te bekennen. Arno gaf toe: de afgelopen weken waren zwaar, moesten zwaar zijn. Nu is het tijd om uit te rusten op weg naar een goede tweede helft van het seizoen. Opgelucht barst ik in een nog hardere huilbui uit. Ik wil me nooit meer zo voelen als vandaag.

   
       
115
Bericht geplaatst op:

Zo 12 juni 201
1

There is no secret ingredient…

Dat een van mijn lievelingsfilms een Disney animatie film is, zegt misschien iets over mijn geringe mate van volwassen zijn (al vind ik ‘het kind in mijzelf vasthouden’ net iets positiever klinken). Maar iedereen die Kung Fu Panda met mij heeft gezien, moet toegeven dat er een paar fantastische levenslessen in zitten. In het kort: de dikke, onhandige Panda Po wordt door een oude wijze schildpad (Oogway) verkozen tot de ‘dragonwarrior’ die de opperslechte Tai Long, die de vallei bedreigd, moet verslaan. Hiertoe moet hij het hoogste niveau van Kung Fu gaan beheersen, zodat hij de geheimen beschreven in de ‘dragonscroll’ kan lezen. Nogal ingewikkeld voor Po, die zijn tenen nog niet kan aanraken (“let alone see his toes”, zoals de andere Kung Fu krijgers over hem grappen). Na een hoop struggle, hilarische grappen en het tactisch gebruikmaken van zijn overgewicht en een flinke portie geluk, komt Po erachter dat er helemaal geen groot geheim schuilt in het zijn van ‘the legendary dragonwarrior’, er is geen geheim ingrediënt. Het gaat om hard werken en geloven in jezelf.

Naast het feit dat de film nogal briljant is (en godzijdank is deel 2 net uit!), zijn dit natuurlijk levenslessen van formaat. De afgelopen weken heb ik ondervonden dat het nog niet zo makkelijk is het hoogste niveau van Kung Fu (en waar ik Kung Fu zei bedoel ik atletiek, stop de tijd) te beheersen. Na twee slechte wedstrijden in Hoorn en Hengelo, volgde een reeks “drie-zestigers”: 2x 3.68 in Vught, en 2x 3.62 in Stadskanaal en gisteren in Leiden. Ondanks dat ik het gevoel heb een hoop geleerd te hebben sinds het WK, en ondanks dat ik harder trainde dan ooit, komt het er nog niet uit zoals ik gehoopt had. Het niveau is zonder twijfel hoger dan vorig jaar (toen ik 1 keer 3.54m haalde, destijds een nieuw PR), maar stiekem wil ik op en over die 3.73m van januari. Ook op de sprint heb ik, mede door een andere afstelling van mijn prothese, de stijgende lijn wel te pakken (18.29 met -0.8ms wind gisteren in Leiden begint er weer een beetje op te lijken), maar het gaat me nog niet hard genoeg. Hoewel ik, als ik Arno moet geloven, zelfs nog minpunten zou kunnen ontdekken na het halen van Paralympisch goud. Dat durf ik wel te betwijfelen!

Dus, terugkijken op de afgelopen weken,  ben ik gematigd tevreden. Het kan, en moet, nog veel beter en ik ben erg gemotiveerd om straks vanaf Uden (2 juli) er nog een hele mooie zomer van te maken. Nu eerst een beetje rust en dan weer hard werken. Want ik weet, there is no secret ingredient, it's just you.

   
       
114
Bericht geplaatst op:

Ma 30 mei 201
1

It's a bumpy road

Er zijn inmiddels vier wedstrijden verstreken, in het outdoor seizoen 2011. Twee baancircuit wedstrijden in Lisse en in Hoorn, het NK in Emmen en gisteren de FBK games in Hengelo. Hoog tijd voor een update.

De laatste keer dat ik wat schreef, was ik net terug van een trainingsstage in Valencia. Sterker nog, ik zat in het vliegtuig terug terwijl ik het stukje typte. De week na terugkeer heeft vooral in het teken gestaan van uitrusten. Mijn lijf leek aan alle kanten keihard te protesteren tegen alles wat ik het had aangedaan in Valencia, dus voelde ik me nog wat onzeker over de wedstrijd in Lisse, 7 dagen na de stage.

Uiteindelijk bleek Lisse toch mijn beste wedstrijd tot nu toe. Met 3.64m, een tweede afstand ooit op ver, en 28.81 op de incourante 150 deed ik voor een eerste wedstrijd goede zaken. Nog een beetje brak maar vol goede moed ging ik de week erop naar Hoorn. Daar haalde de realiteit me keihard in: met een hele slechte 100m (en navenant slechte tijd) en niet briljant verspringen (3.47m) kon ik mijn eigen verwachtingen niet inlossen. Afgelopen week heb ik goed gerust en scherp getraind om in het weekend iets goeds te presteren op het NK en de FBK games. Het NK was redelijk, 3.58m met het gevoel dat ik zo dicht tegen een veel betere afstand aan zit, als alles op zijn plek zou vallen. En waar zou dat beter kunnen dan in Hengelo, eens per jaar het mekka van atletiek in Nederland, met veel topatletiek en sinds jaar en dag een demonstratie nummer voor vrouwen amputees? Helaas stond er een hele lastige wind voor verspringen. Nu ligt het natuurlijk niet alleen aan de wind, maar vooral aan mij. Ik kwam niet verder dan 3.37m. De geplande revanche op de 100m bleef ook uit.

Al met al een domper op een voorbereiding die tot nu toe zo veelbelovend leek. Het is duidelijk dat ik nog niet in een fantastische vorm verkeer. Zeker met verspringen is er veel meer te halen, maar dat die 100m zo beroerd gaat zit me niet lekker. Ik ben na het WK voor het sprinten op een andere, kortere prothese gaan lopen en dat leek in training wel wat op te leveren, maar nu wil het nog niet lukken. Ik heb me laten vertellen dat het erbij hoort, dat je vaker verliest dan wint, dat als het makkelijk was iedereen het zou doen en dat het te prijzen is dat ik in ieder geval keihard mijn best doe. Maar ik vind het best moeilijk te verteren. Ik wil graag laten zien waar ik toe in staat ben! Gelukkig kan ik vertrouwen op coaches Arno en Guido.

Nu is het zaak weer vooruit te kijken, de volgende wedstrijd dient zich gelukkig al snel aan. Het is wonderbaarlijk hoe moe je ook kunt worden van een slechte wedstrijd. Dus vandaag nog een beetje herstellen, vanaf morgen volle kracht vooruit. Ik houd jullie op de hoogte!

   
       
113
Bericht geplaatst op:

Zat 7 mei 201
1

300 days of summer

Valencia, stad van 300 wolkenloze dagen, hometown van de Virgin de Desamparados en een vrij ideale plek om te trainen. Weet ik nu.

De afgelopen twee weken heb ik in deze stad me voorbereid op het outdoor seizoen, samen met de andere leden van het Dutch Paratlethics Team, coaches Arno Mul en Guido Bonsen en 400m horden loopster Sanne Verstegen. Het lijkt voor de buitenstaander soms een beetje onlogisch. Waarom zou je gaan trainen in een ander land, als je dat in Nederland ook al elke dag kan doen? Voor diegenen die nooit een trainingsstage hebben gedaan en er niets van snappen, ga ik het proberen uit te leggen.

Allereerst is atletiek, om met meerkamper Pelle Rietveld te spreken, niet alleen de moeder der sporten maar ook nog eens allermooiste sport die er is en ooit zal zijn. Twee weken lang non-stop atletiek is dus alleen al het allerbeste wat een mens in het vooruitzicht kan hebben. In Valencia ligt het sporthotel letterlijk naast de baan, vanuit onze kamer keken Suzan, Sanne en ik rechtstreeks op het strijdtoneel. Ideaal. Onze enige taak was: trainen, slapen, eten en letten op de persoonlijke hygiëne. Geen boodschappen, geen werk, geen stress: as it is in heaven, zeg maar.

Om het nog mooier te maken, ben ik met nog 10 andere atletiekliefhebbers. Twee coaches die al 30 jaar meedraaien in ‘het vak’ zorgen voor een schier onuitputtelijke bron van mooie verhalen over atletiekhelden van toen en nu. En een heleboel ongezouten meningen over luie voetballers natuurlijk. De groep waarmee we in Valencia waren is al een tijd bij elkaar, rondom het WK in januari hebben we 6 weken op elkaars lip gezeten, wat een bijzonder leuke maar ook wat bizarre groepsdynamiek heeft opgeleverd. Keihard uitgelachen worden tijden potjes ‘wie is de ezel’, onvervalste gehandicapten humor (“hup spast!”) en 3 wheelers die als het even saai wordt elkaar de rolstoel onder de kont vandaan trekken: vooral de geschokte blikken van nietsvermoedende passanten zijn onbetaalbaar.

Dan de trainingen, want daar draait het om. Het is bijna onmogelijk het onheimische buikgevoel te beschrijven dat ik heb als ik naar de baan loop in de wetenschap dat de training zwaar word, ik me na afloop naar het hotel terug zal slepen, zuur tot in mijn haarwortels, maar wel weer beter als atleet. Of het gevoel van een geslaagde krachttraining, een goede afzet terugkijken op video, of gewoon op je rustdag aan de kant zitten en je teamgenoten aanmoedigen.

Voor ik te lyrisch word moet ook gezegd worden dat het zwaar is. Het gaat niet altijd zoals het moet. En dat het dan moet zoals het gaat, frustreert me mateloos. Het is vaak vechten met mezelf, met de klok, met de vermoeidheid. Tegen het eind van de stage lijkt een training soms een onoverkomelijke hobbel.

Misschien is het mooiste van een trainingsstage wel om na het laatste loopje op de baan neer te ploffen, op je rug te gaan liggen, een van die 300 wolkenloze dagen nog eens goed bestuderen en je beseffen: wauw, dat ik dit gewoon mag doen. Met een schaapachtige glimlach staar ik naar de blauwe lucht tot Arno me overeind trekt. Tijd om naar huis te gaan, uit te rusten en aan de wedstrijden te beginnen.

Hasta Luego!

Klik hier voor foto's gemaakt in Valencia

   
       
112
Bericht geplaatst op:

Vrij 23 april 201
1

Coentunnel-blues

Sinds er in Nederland zo ongeveer net zo veel auto’s als mensen zijn, is Goede Vrijdag voor mij getransformeerd tot Gedoe Vrijdag. Alsof iedereen die vanochtend op zijn werk aankwam en bij de koffieautomaat probeerde zonder een spier te vertrekken het gedrocht wat zich in het witte plasticbekertje bevond op te drinken, opeens een briljante ingeving kreeg: ik ga weer naar huis. Met als gevolg dat de ochtend- en avondspits niet meer te onderscheiden zijn van elkaar.

Omdat ik me niet echt houd aan de rituelen van het werkende volk (sterker nog, een aaneengesloten werkdag van 8 uur lijkt me een ware tour de force, laat staan dat vijf dagen achtereen), beland ik altijd bij toeval in de Gedoe Vrijdag files. Vandaag was ik op weg naar prothesemaker Frank Jol om mijn sportprotheses op te halen. Morgen gaan we met de selectie op trainingsstage naar Valencia, en mijn benen moesten nog even in de onderhoud. Wees blij dat jullie allemaal regenerende cellen bezitten in je benen, want zo’n knie slijt echt als een gek. Ik kan ze nog vrij eenvoudig wisselen, maar die arme Beatrix met haar kunstknieën… als dat slijt moet de hele boel weer open.

Maargoed, ik dus in de file voor de Coentunnel. Als in een processie staan we kont aan kont te wachten tot we verder mogen. Het is een Christus-waardige lijdensweg, met name voor de auto’s zonder airco. Ik heb meer geluk wat dat betreft, maar verveel me wel te pletter. Ik scan de radiozenders op zoek naar goede muziek, maar na de constatering dat Skyradio nog steeds ‘ik ben mezelf niet of nooit geweest’ van Acda en de Munnik draait, en daarna het gore lef heeft om de Lambada te laten klinken, geef ik het op.

Ik staar uit mijn raam naar een wit bestelbusje naast me. De dame achter het stuur is van middelbare leeftijd, een Spaanse of Roemeense, dat kan ik niet zo een-twee-drie opmaken. Ze heeft overduidelijk geen airconditioning in haar busje. Ze puft amechtig en een mollige arm hangt uit het open autoraam. Nu pas zie ik dat op de zijkant van haar busje grote sticker met ‘accordeonist’ is geplakt. Een Word’97-illustratie van een accordeon verfraaid het geheel en eronder staat ‘voor al uw gelegenheid’. Wat een mooi voorbeeld van integratie, denk ik bij mezelf. Voor al mijn gelegenheid… nou, ik heb alle tijd, want sinds Acda en de Munnik ben ik maximaal 30m opgeschoven. Zou ze nu een deuntje voor me willen spelen? Ik kijk naar haar wat rood aangelopen, lieve gezicht en stel me voor dat ze op weg is om een paasfeest op te leuken met een gezellig mopje accordeonnen. Zo’n feest in een hooischuur, waar de arbeiders na een week genadeloos zwoegen zelfgebrouwen whiskey drinken en zelfgedraaide bloedworst eten.

Terwijl ik fantaseer over de accordeon spelende dame, het schuurfeest en varkens aan het spit, zie ik dat ze een glimmende Blackberry met zo’n kralenkettinkje eraan uit haar tas vist. Ik zet mijn raam open om onopvallend mee te luisteren. Ze begint op luide toon, met een onvervalst Amsterdams accent, te kakelen: “nee schat, ik sta he-le-maal klem. Ja... Ja... Ik ga zo naar de Appie en dan neem ik van die Rosé mee die jij zo lekker vond laatst, op die businessborrel…” Ik draai mijn raampje dicht, leg mijn handen op het stuur en staar naar het remlicht voor me. Weer een illusie armer.

   
       
112
Bericht geplaatst op:

Zo 3 april 201
1

Spierpijn, oude herinneringen en een nieuw begin

Morgen is de dag. Ik stap de auto uit en blijf even staan om naar mijn ouderlijk huis te kijken. Morgen overhandigt mijn vader de sleutel aan een jong stel, de nieuwe eigenaren, en is mijn ouderlijk huis definitief niet meer mijn ouderlijk huis. Vandaag zijn mijn vader, mijn zusje, Pieter en Laurie (mijn vaders partner) er voor het laatst. Ik wankel een beetje, terwijl ik langs de gevel omhoog kijk naar 16 jaar van mijn leven.

Ik wankel trouwens voornamelijk vanwege de zware trainingen die achter mij liggen. Het duurt nog zo’n 6 weken nog tot het nieuwe wedstrijdseizoen losbarst, dus de perfecte tijd voor een blok zware trainingen. Al vanaf begin deze week keek ik uit naar deze zondagmiddag, het begin van een week met maar een paar lichte trainingen. Maar nu het zover is, voel ik al dat een hele week rust moeilijker zal zijn dan een hele week zwaar trainen. Ondanks dat ik op dit moment alleen maar of kan zitten, of kan liggen, of ergens tegenaan kan hangen en mag bidden dat ik niks op de grond laat vallen omdat er geen kans is dat ik het ooit op zal kunnen rapen op een enigszins elegante manier, is hard trainen honderden malen meer bevredigend dan rusten. Maar als zelfs de gevel van mijn oude huis, waar ik toch al 7 jaar niet meer woon, me een brok in mijn keel bezorgd, is het echt tijd om te gaan herstellen.

Ik sta met mijn zusje op de bovenste verdieping. We kijken uit het raam. Hoe vaak hebben we daar wel niet gestaan, spiekend in de tuin de achterburen, kijkend naar mijn ouders die probeerden de wildgroei in de achtertuin in te dammen? Hoe vaak ben ik niet de trap opgestormd om mijn broers te roepen voor het eten, of, als ik te lui was, stond ik onderaan die trap, schreeuwend naar boven?

In dit huis is zoveel gebeurd. Hier werd mijn zusje geboren, iets wat op mij als vierjarig meisje een onuitwisbare indruk maakte. Een levende pop om mee te spelen! Met de basisschool letterlijk naast de deur heb ik de meest onbezorgde jeugd gehad die je je maar kunt voorstellen. Tot ik ziek werd en opeens niets meer vanzelfsprekend was. Hier in dit huis heb ik keer op keer op de rand van mijn bed zitten huilen omdat mijn haar eraf ging, en daarna mijn been, in de verste verte niet vermoedend hoe goed het allemaal zou komen, later. Maar in dit huis schreef ik ook het dagboek, dat ik kreeg om alle nare ervaringen van het ziekenhuis in op te schrijven, vol met analyses over de jongens van mijn klas waar ik verliefd op was. En showde ik vol trots mijn eerste van zelf verdiend geld gekochte jas, die ik nog steeds heb. In deze achtertuin stonden 7,5 jaar geleden zoveel bloemen en bloemstukken voor mijn moeder dat we ze niet met een gieter, maar met de tuinslang voorzagen van vers water.

Het ligt ongetwijfeld aan mijn abominabele staat van zijn, lichamelijk, maar terwijl ik daar op de bovenste verdieping sta met mijn zusje, valt het definitieve afscheid van dit huis me zwaarder dan ik dacht. Ik wil me hier opsluiten, me koesteren in de herinneringen van twee decennia ‘Het Gangwerk 56’. Klara pakt mijn hand en kijkt me aan. Samen lopen we, of nee, denderen we nog één keer als vanouds de trap af. Resoluut pakken we onze jassen, tassen en stappen de deur uit.

Op de stoep draaien ik me om en kijk weer langs de gevel omhoog. En hoe cliché het ook klinkt, het is goed zo. Iets met de tijd van komen en gaan, spierpijn, oude herinneringen en nieuw begin. Straks woont hier een jong stel, dat vast een heleboel kindjes gaat maken, er is immers plek zat. En ik kan alleen maar hopen dat zij er net zo gelukkig worden als wij. Ik waggel naar de auto, wat dat betreft is er niet veel veranderd sinds ik hier als 1 jarig meisje aankwam…

Those were the days, my friend
We thought they'd never end
We'd sing and dance forever and a day
We'd live the life we'd choose
We'd fight and never lose
For we were young and sure to have our way

www.youtube.com/watch?v=iNIIwqafrO4
Mary Hopkin – Those were the days

 

 

   
       
111
Bericht geplaatst op:

Zo 20 maart 201
1

Zeg nou zelf: op een Giro 555-waardige natuurramp na, geeft u uw geld liever niet uit aan dingen die niet positief zijn. Dat laatste is een wat omslachtige omschrijving voor gezeik. Ik zou liever investeren in een enthousiaste, jonge, talentvolle restauranthouder die nog nooit een zaak heeft gerund dan een uitgezakte kok die redelijk rendabel elke dag kleffe gehaktballen bakt maar alleen maar klaagt dat vroeger alles beter was.

Zo zit het nou ook met gehandicapten sport: klagen dat we te weinig aandacht krijgen, of dat we nog steeds niet voor vol aangezien worden helpt echt niet om meer sponsors te vinden. Net als beweren dat je topsport bedrijft terwijl je met kilo overgewicht je moet laten voortduwen in een rolstoel. Wie wil nou een sporter sponsoren die niet op een positieve manier de aandacht trekt?

Volgens mij is het aan ons, topsporters, om te laten zien hoe gaaf en inspirerend topsport is, met of zonder handicap. Paralympisch sporten is misschien iets kleiner, iets minder vanzelfsprekend. Maar dat is de militaire vijfkamp ook, of schermen, of shorttracken. Vrouwenvoetbal! Rugby in Nederland! Stuk voor stuk kleine sporten, maar als je je erin verdiept niet minder knap of aanstekelijk. Er zijn in Paralympische sport zoveel jonge, ambitieuze sporters die absoluut het sponsoren waard zijn. Neem maar van mij aan dat je als amputee altijd de volle aandacht hebt op de baan. Plak op zo’n koker een levensgrote sticker met een bedrijfsnaam, exposure gegarandeerd…

Respect dwing je af met prestaties en het uitdragen van je passie voor de sport. Ik ben niet de enige die er zo over denkt. Houd de datum 13 april in de gaten: dan word een supercool initiatief gelanceerd door onder andere Esther Vergeer. Inspiratie richting Londen 2012. Stay tuned!

   
Bericht 101-110  

 

 

 

 

  HOME