L o g b o e k   M a r i j e
 

<<< volgende

Bericht 101-11
0

vorige >>>

 

110
Bericht geplaatst op:

Zo 6 feb 201
1

Meer en beter

Vaak kom je terug van een reis, ben je een dag thuis en heb je het gevoel alsof je helemaal niet weggeweest ben. Nu niet. Ik ben een dag thuis, maar heb het gevoel dat er al een heel 2011 op zit terwijl het pas begin februari is. Sinds mijn laatste update hier is er nogal wat gebeurd.

Na zo goed en zo kwaad als het ging mijn euforische gevoel na het verspringen hebben verwerkt, stond er ook nog een 100m finale op het programma. Ik was doodnerveus. De 100m is normaal gesproken niet mijn sterkste kant en nu ik toch in topvorm was had ik het gevoel dat er wel iets van te maken moest zijn, alleen wist ik niet zo heel goed hoe. En toen ik eenmaal over de finish kwam, wist ik dat het niet was gelukt. De race was me na een goede start door de vingers geglipt, het was me maar ternauwernood gelukt niet laatste te worden. Ik werd 6e in een niet al te beste tijd, 18.27s. En dat viel tegen. Ik had mijn medaille te hard gevierd, ik heb me onvoldoende gefocust, ik ben niet professioneel genoeg: er schoot van alles door mijn hoofd.

Nu, anderhalve week later, baal ik er nog steeds stevig van. Stomme ik, stomme 100m! Als er al niet genoeg werk aan de winkel was, dan is dat er nu wel. Hoewel ik nog steeds superblij ben met mijn 3.73m, was het WK completer geweest met een goede 100m. Gelukkig gaat boos zijn op mezelf me beter af dan heel blij zijn, dus deze emotie voelt vertrouwd en is een goede bodem voor een nieuw seizoen hard werken!

Na nog een paar dagen in Christchurch, waarin we de omgeving en de plaatselijke kroegen goed hebben bekeken, heb ik nog een halve week met mijn familie in Sydney doorgebracht. In de voorbereidende stage van het WK was ik er al weg van, maar nu ik de kans had om als echte toerist rond te wandelen was ik nog meer onder de indruk van deze stad. Mooie parken waar je verzocht werd om juist wel op het gras te lopen, onwijs mooie musea en fantastische stranden. Ik snap waarom mijn broer juist hier wilt wonen!

En nu ben ik weer thuis. Nederland is zo gek nog niet, ik heb mijn huis en Amsterdam echt gemist. Morgen begint het echte leven weer, en is het tijd om het WK achter me te laten. Ik wil iedereen bedanken voor jullie hartverwarmende reacties en meeleven tijdens dit toernooi. Ik vind dat heel bijzonder. Op naar meer en beter!

   
       
109
Bericht geplaatst op:

Di 25 jan 201
1
Marije 6de op 100 meter sprint

Na de succesvol verlopen verspringwedstrijd, is Marije dinsdag als 6de geëindigd op de 100 meter tijdens het Wereldkampioenschap in Christchurch. Met haar tijd van 18.27 seconde liep Marije helaas 0.56 boven haar eigen persoonlijke record.

Meer informatie volgt later

 

 

       
108
Bericht geplaatst op:

Ma 24 jan 201
1
Dagboek Christchurch 2

6.15u. Ik ben klaarwakker. Meteen toen ik mijn ogen opendeed en me omdraaide naar de klok wist ik al dat verder slapen kansloos was. Ik kijk langs de klok naar de rest van mijn nachtkastje. Ja hoor, daar ligt ie: de zilveren medaille. Mijn PR, NR, CR (clubrecord!) en nominatie voor de Spelen van 2012. Ik probeer mezelf tot orde te roepen, want over anderhalve dag loop ik de 100m finale en ik moet mezelf toch wel een beetje bij elkaar rapen voor die tijd. Maar het is kansloos. Dus geef ik mezelf nog even de tijd terug te dromen naar de wedstrijd.

De ochtend duurde eindeloos. Pas om 13u zou ik de bus naar de baan nemen en al vanaf half tien zat ik te wachten tot de klok zijn trage wijzers richting de 1 verplaatst. Eenmaal in de bus naar het stadion zakken de zenuwen een beetje: oke, it’s on, het is begonnen. De warmupbaan is rustig, er zijn voor 16u weinig onderdelen, dus weinig atleten in voorbereiding. Samen met mij druppelen mijn concurrenten binnen, maar meer dan een lach en een groet kan er niet af. Snel zoek ik mijn plaatsje bij de verspringbak op. My Chemical Romance op mijn Ipod (de artiesten van mijn Ipod heb ik in de voorafgaande weken aan een heuse afvalrace onderworpen en dit is de winnaar). Rustig trek ik mijn ‘warmup’ prothese aan, en begin met inlopen. Eindelijk, het is begonnen.

Een klein uur later zit ik in de callroom. De Duitse Vanessa Low vraagt of ik ‘excited’ ben. Ja, DUH! Natuurlijk! Al mijn collega’s moeten nog naar de WC (een heel gedoe met je sportprothese aan) maar mijn blaas houd zich rustig, en ik blijf alleen achter. Lachend constateer ik met de wedstrijdleiding dat ik die gouden medaille al in de pocket heb, aangezien ik de enige atleet ben. Mijn tas wordt doorzocht, gelukkig hoeft er niets ingenomen te worden, alleen mijn extra spikepuntjes.

Na drie sprongen plof ik neer op mijn stoeltje aan de kant van de aanloop. De springvolgorde wordt opnieuw bepaald, we moeten iets langer wachten. 3.48, 3.57, een foutsprong: geen slechte score. Maar het kan beter. Ik bedenk bij mezelf dat ik nog niet eruit haal wat erin zit, mijn aanloop is nog niet goed genoeg. Guido buigt over het hek achter me: “kom op, laat zien wat je waard bent, durf die afzet goed te maken, ik wil niet iemand zien die bang is om te springen”. WAT? Bang? Never! Als dat is wat ik uitstraal, moet er wat veranderen. Ik vind het juist leuk! De nieuwe volgorde wordt omgeroepen, ik sta op. Kom op nou!

Nog 1 sprong te gaan. 3.60 tot nu toe. Not bad, maar nog steeds niet super.  Ik trek mijn t shirt uit. This is it. Enigszins verrast zie ik dat ik om de medailles spring, ik sta zelfs tweede. Niet aan denken, denk aan je aanloop, denk aan je aanloop. De Poolse Ewa springt 3.62m.  Shit, die is me voorbij. Ze loopt terug, maakt een vuist en zegt: “Silver!”. Godsamme, ik spring al 8 jaar tegen haar en ze spreekt geen woord Engels en nu opeens dat woord ‘silver’? Ik heb nog 1 poging. Ze heeft nog geen ‘silver’. Not yet. Ik sta ongekend zelfverzekerd op de aanloop, dit wordt hem, ik weet precies wat ik moet doen. Mijn aanloop en sprong zijn goed, maar ik denk dat hij ongeldig is. Ik land, loop de bak uit en hoor mijn vader schreeuwen: “Dit is hem!”. Ik kijk meteen naar Guido, maar hij zegt niks. Kijkt gespannen. Dan, na een eeuwigheid verschijnt op het scherm: 3.73m. Ik schreeuw, ik gil, ik spring als een idioot op en neer. Iemand gooit de vlag naar me, ik loop als een spast rondjes, me nog afvragend of ik de vlag wel goed om houd. Het voelt als een overwinning.

Ik stap uit mijn bed en onder de douche, spreek mezelf streng toe. Nu is het tijd voor de 100m. Nog anderhalve dag. Terug naar het hier en nu! Maar ik heb toch moeite de glimlach van mijn gezicht af te poetsen.

 

 

 

 

       
107
Bericht geplaatst op:

Zo 23 jan 201
1
Marije wint ZILVER met verspringen tijdens WK!

Vannacht (4.10 uur Nederlandse tijd) heeft Marije zilver gewonnen op het WK in Christchurch. Met een afstand van 3.73 meter sprong ze een nieuw persoonlijk record! Marije sprong in een serie van 6 sprongen 3.48 - 3.57 - X - X - 3.60 - 3.73.

Meer informatie volgt later

 

 

       
106
Bericht geplaatst op:

Ma 17 jan 201
1

Dagboek Christchurch 1

Eindelijk een update van de andere kant van de wereld. Hoewel we vanuit Sydney alweer vertrokken zijn en ik dit stukje typ op een plein middenin Christchurch (ik kan dan weer niet helemaal rijmen met de stadsnaam dat ik nu pal naast een kathedraal zit) heb ik nog niet de kans gehad een update te schrijven. Dat heeft te maken met het feit dat ze aan deze kant van de wereld internet belachelijk duur en langzaam maken, maar ook doordat de tijd hier voorbijvliegt. Het lijkt gisteren dat Pieter me uitzwaaide op Schiphol, maar het is alweer bijna twee weken geleden.

Ik betrap mezelf erop dat ik af en toe naar de grond onder mijn voeten kijk en in gedachten een lijn boor, recht naar beneden. Ergens aan de andere kant van de aarde, waar die lijn dan uit zou komen, ligt Nederland. Het is een gek idee dat ik echt helemaal aan de andere kant van de aardbol ben. Quite cool actually! In Sydney was het tijdsverschil met ‘jullie’ 10 uur, hier in Christchurch is het zelfs 12 uur. Dus terwijl ik dit stukje schrijf in het laatste avondlicht, lost rond Amsterdam langzaam de ochtendspits op.

Maar genoeg gefilosofeerd, want ik heb natuurlijk niet alleen maar naar de grond gestaard tot nu toe! In Sydney verbleven we op het Olympic Park, pal naast de stadions waar de Olympische en Paralympische Spelen georganiseerd werden in 2000. Voor Kenny een trip down memory lane, en niet alleen voor hem een inspirerende plek om te trainen. Buiten het feit dat de faciliteiten optimaal waren, proefden we ook op elke hoek van Olympic Boulevard de sportgeschiedenis die daar geschreven is. Af en toe leek het of de geest van Cathy Freeman (eerste aboriginal vrouw die Olympisch Goud –op de 400m- won voor Australië) letterlijk de lucht vulde.

Vanzelfsprekend komt dat de sportieve prestaties ten goede! Was ik nog niet helemaal zeker van mezelf bij het afreizen naar Sydney, eenmaal bezig kwam het vertrouwen steeds meer terug. Op een klein incident na (ik liep letterlijk mijn prothese aan flarden, gelukkig snel gerepareerd door Frank Jol), voel ik me steeds sterker worden. Aan het eind van ons verblijf in Sydney deden we een wedstrijd met onder andere de Paralympische atleten van Amerika, Australië, Finland en Canada als laatste test. Die pakte goed uit: op de 100m voor de tweede keer van mijn leven onder de 18s, namelijk 17.87s en met ver een PR met 7 cm: 3.61m. Beide prestaties geven me vertrouwen, helemaal omdat het beter kan en moet aankomende zondag en dinsdag.

En nu zitten we dus in Christchurch, in een superchique hotel. Morgen verkennen we het stadion en de directe omgeving en verder zal ik deze week nog een paar trainingen afwerken die op het scherpst van de snede zullen zijn. Het is spannend en eng, ik heb het al zo lang over ‘het WK in Christchurch’ en het is zo’n begrip geworden, dat het bijna vreemd is dat de wedstrijd  er nu dan echt onvermijdelijk aankomt. Maar ik voel me fit en ben klaar voor de uitdaging.

 

Wedstrijd Sydney 14 januari 2011

       
105
Bericht geplaatst op:

Vr 31 dec 2010

Trappelen

Op de laatste dag van het jaar nog een update van mijn hand. Elf jaar geleden lag ik in het ziekenhuis met oud en nieuw, vanaf de achtste verdieping kon ik samen met mijn moeder heel Amsterdam overzien, waanzinnig met al dat vuurwerk. Er is heel wat veranderd in elf jaar, want nu sta ik aan de vooravond van het WK voor gehandicapten. Hoewel ik vergeleken bij het hoopje kind wat ik toen was nu minder gehandicapt ben. Geloof ik.

Maar tot zover het melancholische deel van dit uiteinde. Want eerlijk gezegd sta ik te trappelen om 2011 te beginnen. Het WK is al zolang een ‘ding’ dat het nu wel eens tijd wordt de daad bij het woord te gaan voegen. Ik merk de afgelopen week dat de trainingsstage en de dagen rust daarna me goed hebben gedaan: het lopen gaat makkelijker, ik ga sneller, mijn verspringaanloop is opeens een halve meter langer (in een windstille hal). Aan alle kanten borrelt het in mijn lijf en in mijn hoofd: ram die top 2000 er maar doorheen, ik ben klaar voor alles ná de Eagles!

Hoewel topsport behoorlijk egoïstisch is en ik in deze tijden moet toegeven voornamelijk aan mezelf en mijn optimale voorbereiding denk, kan ik deze kans niet voorbij laten gaan om jullie allemaal het allerbeste te wensen voor het komende jaar (en de 100 daarna). Speciaal denk ik aan mijn vader, die met zijn partner een nieuwe start maakt in Gouda. Wat een genot hem zo gelukkig te zien. En aan mijn vriend, steun en toeverlaat Pieter, die de eerste maand van 2011 zonder me door moet brengen (hoewel, wel lekker rustig). Een speciale dank aan mijn coach Arno, die na Beijing weer een mijlpaal in mijn carriere moet missen, maar dankzij zijn niet aflatende steun via de sms/mail en skype er bijna fysiek bij is. En het hele Dutch Paralethic Team: laten we de wereld tonen welke sprongen voorwaarts we hebben gemaakt als paralympische sporters.

Kortom, ik wens iedereen een blessurevrij, recordbrekend, übergelukkig 2011. Nog maar 607 dagen tot de Spelen in Londen. Waar wachten we nog op?

 

   
       
104
Bericht geplaatst op:

Di 14 dec 2010

Kleine hoekjes en de rest

Vandaag kwam ik een spreuk van Loesje tegen: als ongeluk in een klein hoekje zit, zit geluk in de rest. Een hoog filosofisch gehalte (toen ik hem naar mijn trainer smste vroeg hij zich af of ik al een halve fles rosé naar binnen had getikt), maar toch sprak hij me aan. Want hier op Tenerife zijn er maar heel weinig hoekjes, en lijkt er heel veel geluk.

Woensdag 8 december kwamen we aan. Niet voor de eerste keer beleggen we hier een trainingsstage, en sinds ons laatste bezoek in april lijkt er niets veranderd. Zelfs de hotelgasten lijken hetzelfde: over het algemeen te dikke, Engelse overwinteraars.  Dezelfde smaakloze gordijnen en de simpele maar aardige service. Het voelt bijna als een thuis.

Ook op de atletiekbaan is alles bij het oude gebleven. Met als verschil dat er opvallend veel rolstoelers op de baan zijn. Ook de Finnen en de Zweden bereiden zich hier op Tenerife voor op het WK. Onder andere de grootste concurrent van wheeler Kenny van Weeghel is hier, en de mentale oorlogsvoering barst meteen los (lees meer daarover, en over de andere selectieleden op www.atletiek.nl!).

Na de eerste paar dagen nog wat rustig te hebben getraind, barstten de  harde trainingen los. Ik ben eigenlijk snel gewend aan het warme weer hier. Sterker nog, ik voel hier pas hoe verkrampt en verkleumt de kou van Nederland op dit moment je maakt. Hoewel de effort hetzelfde is, loopt alles hier makkelijker en daarmee ook een stuk sneller. De sfeer in de groep (elk van de atleten hier zal ook straks op het WK in actie komen) is goed, en tussen de trainingen door slaap ik vooral.

Natuurlijk is het niet allemaal hosanna. Fysiotherapeute Petra heeft geconstateerd dat ik toch wel erg veel spanning op mijn bovenrug heb en bijna altijd mijn schouders onbewust optrek. Gevolg is dat ik een beetje ga lopen als een holbewoner: mijn schouders in elkaar en mijn hoofd te verkrampt naar voren. Ik doe veel oefeningen om het allemaal weer soepel en recht te krijgen, zodat ik straks letterlijk met opgeheven hoofd aan de start sta!

We blijven hier tot 22 december, nog ruim een week dus. Donderdag aanstaande volgt het eerste testmoment: 30m vliegend. En morgen verspringen en aan mijn prothese sleutelen met Frank Jol, die hier voor 3 dagen is neergestreken. Ik hou jullie op de hoogte! En blijf ver verwijderd van kleine hoekjes…

   
       
103
Bericht geplaatst op:

Vr 15 okt 2010

Niet goed genoeg

“De politiek moet dichter bij de gewone mens”, een veel gehoorde leus dezer dagen. Onzin. Wat mij betreft hoeven politici helemaal niet te zijn zoals de gewone mens. Kijk maar om je heen, van de gemiddelde medebewoner van dit land hoop je toch niet dat hij ooit een kamerzetel bezet. Ik zou regeren in ieder geval niet aan mijzelf toevertrouwen. Politici zijn hyperintelligente, zeldzame wezens met het vermogen ruim 13 uur te vergaderen, dan twee uur de pers te woord te staan zonder iets te zeggen en vervolgens al pissend in de urinoirs van het regeringsgebouw in Den Haag een nieuw regeerakkoord uit te onderhandelen.

Dus was ik blij dat NRC.next vandaag een bijlage drukte met daarin het regeerakkoord uitgeplozen en opgeschreven in begrijpelijke taal. Want van de drie kantjes lange zinnen in het originele akkoord had ik toch niets begrepen. Ik bladerde natuurlijk meteen door naar het voor mij meest relevante ministerie: Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Waar ik overigens vooral over Volksgezondheid en Sport las, niets over Welzijn. Wat zouden de Welzijn-ambtenaren de hele dag doen, vroeg ik me af. Het kantoor voorzien van een prettige sfeer met nieuwe ambi-pur geurtjes en een didactisch verantwoord complimentje? “lekker eigenwijs, zoals u dat paars droeg op het bordes, minister Schippers! Kopje lavendel thee?”

Ik ben tijdens de afgelopen periode, toen bleek dat we daadwerkelijk de ‘ruk naar rechts’  zouden gaan maken, er eigenlijk altijd lekker egoïstisch vanuit gegaan dat al die bezuinigingen mij niet zouden raken. Ik ben immers oer-Hollands en DINK, Double Income No Kids. Bovendien vind ik feminisme zó 1960, toen er nog echt vrouwenonrecht bestond in Nederland. Elke vrouw die nu wat wil, kan volgens mij haar droom realiseren. Dus was ik helemaal Rutte-klaar. Dacht ik.

Want toen ik me eenmaal door alle in meer of mindere mate idiote maatregelen in de gezondheidszorg had heen gewerkt (bijvoorbeeld afschaf van de Numerus Fixus in de studie Geneeskunde, terwijl nu al niemand een opleidingsplek kan krijgen!), wachtte mij pas de grote klapper. Het nieuwe kabinet steunt namelijk het Olympisch Plan 2028. Dat is goed. VVD en PVV willen zelfs heel graag de Olympische Spelen organiseren. Maar, en ik citeer, alleen “het CDA wil de Paralympische Spelen”.

Huh? Eerste reactie. HUH?!? Tweede reactie. Blijkbaar is die rechtse ruk erger dan gedacht. Voor het eerst kan ik me echt inleven in hoe alle allochtonen in Nederland zich op dit moment moeten voelen: niet goed genoeg. Alleen het CDA strijkt de hand over het hart en zegt: ach, laat ze er maar bij. Ik ben echt furieus! Dacht dat gehandicapten ‘de gratie Gods’ niet meer nodig hadden om mee te mogen doen in de maatschappij. Want met de vooruitgang in de gezondheidszorg leven we langer, maar ook met meer handicaps. En al die mensen worden met dit kleine zinnetje aan de kant geschoven.

Ik zie ze al zitten, die zelfingenomen heren met al hun ledematen er keurig nog aan: “Ja, die Olympische helden, die hebben wel wat, maar dat gehandicapten gedoe, moet we daar nou ook nog geld voor uittrekken?”.  JA, natuurlijk! Want al die sporters die daar staan, willen staan of de invaliden die een voorbeeld nemen aan gehandicapte topsporters zijn uitgedaagd meer met hun leven te doen dan hulp vragen. Zij kunnen hun bijdrage aan de maatschappij leveren dankzij sport. Ik kan straks volledig bijdragen aan het Bruto Nationaal Product, omdat ik fysiek fit genoeg ben, dankzij de sport.

Woedend overweeg ik me arbeidsongeschikt te laten verklaren, in een elektrische stoel te gaan zitten en tot in de lengte der dagen op overheidsgeld te teren.  En dan pissen over de nieuwe auto van Mark Rutte. Want er was geen gehandicapten toilet in de buurt.

   
       
102
Bericht geplaatst op:

Wo 6 okt 2010

Afschuw en meelij

De winter is in volle gang. U merkt het misschien nog niet aan de temperatuur, maar op de atletiekbaan heerst een ijzige discipline. De tijd van veel trainen, snakken naar rustdagen en na het opstaan twijfelen of je je nou beter of slechter voelt dan de dag ervoor. In al dat harde werk schuilt ook glorie: weten dat je aan een stabiele basis voor weer een seizoen (het WK!) aan het werken bent. Juist tijdens dit verleggen van grenzen liggen blessures op de loer.

En zo kwam het dat ik, al twee maanden in training zonder pijntjes, opeens op krukken liep en aan de antibiotica zat. Anderhalve week geleden verscheen er zonder voortekenen een pijnlijke plek op mijn stomp (een wat oneerbiedig woord voor het stuk van mijn rechterbeen dat ik nog wel heb). Na een nacht en een halve dag hopen dat het gewoon een voorbijtrekkend plekje was zoals ik er zo vaak één heb, bleek dat zich onder de huid een grote ontsteking had gevormd. Zo’n ontsteking heb ik twee keer eerder gehad, en twee keer eerder ging het pas weg na een zero tolerance beleid: antibiotica en prothese uit.

Dat laatste is één van de ergste straffen die je me kunt geven. Mochten mijn vijanden me willen kwellen: take my leg. Alles is irritant zonder been. Fietsen (dat kan namelijk niet, althans, ik kan het niet), lopen (dat kan alleen op krukken, en de evolutie is zo ver gevorderd dat armen echt niet meer gemaakt zijn om mee te lopen, geloof me), thee halen (wat heel naar is als je een thee verslaving hebt, zoals ik), cola halen (idem voor cola verslaafden, zoals ik)… Alles eigenlijk!

En dan natuurlijk het staren. Alsof ik de bloederige resten van mijn been nog achter me aan sleepte, zo werd ik op straat nagekeken. Stoer probeerde ik het te negeren en juist trots te zijn (‘say it loud, I’m disabled and I’m proud!’), maar struikelde prompt over een losse stoeptegel, wat me op nog meer blikken vol mengeling tussen afschuw en meelij kwam te staan. Ik kwam er weer achter dat ik alleen dankzij de moderne hulpmiddelen als een prothese geen tot op het bot verzuurde WAJONG trekker ben geworden. Ik telde de dagen af tot ik mijn been weer aan mocht.

En gelukkig, na wat bezoekjes aan de prothesemaker voor een nieuwe koker, mocht ik afgelopen zaterdag weer volop rennen. Twee armen vrij om om me heen te zwaaien, mijn neus in de wind zonder zorgen. Wat een fijn gevoel. Ja, ik waagde me zelfs aan poëtische uitroepen als: ‘ik ben verlost van mijn ketens!’ en stiekem deed ik een disabled moonwalk. Benieuwd of ik dat gevoel kan vasthouden als ik mij morgen waag aan 2x4x250…

Are we human?
Or are we dancer?
My sign is vital
My hands are cold
And I'm on my knees
Looking for the answer
Are we human?

The Killers - Human
Or are we dancer?

   
       
101
Bericht geplaatst op:

Ma 30 aug 2010

Tienerjaren

Vorige week heb ik mijn slaapkamer bij mijn vader opgeruimd. Hoewel ik graag geloof dat 23 nog niet de leeftijd is om een testament van je jeugd op te maken,  wil mijn vader verhuizen en mijn troep de deur uit hebben. Dus ruimde ik na lang aandringen een vrije avond in om eens goed te gaan snoeien in de talloze gevulde schoenendozen en volgepropte garderobekast: mijn tienerjaren.

Allereerst vond ik een enorme hoop stof.  Snuffend begon ik de eerste ‘zak voor Max’ in te pakken. Mijn gesnotter klonk blijkbaar alarmerend, want mijn vader kwam al na 15 minuten kijken “of het wel een beetje ging”. Lachend stuurde ik hem weg. Ja natuurlijk! Ik had net 3 oude Spice Girls T-shirts weggegooid en een sweater van het EK handbal in 1998. Tot dusver vermaakte ik me prima.

Maar hoe dieper ik in mijn kast dook, hoe meer bijzondere dingen ik tegenkwam. Mijn pruik, die ik per se wilde maar daarna nooit heb opgezet omdat hij zo kriebelde, al was het fantastische kwaliteit kunsthaar. En het afgedragen petje wat ik in plaats van de pruik droeg. Ik paste hem nog, al zat hij een stuk strakker nu er weer een bos haar onder zit. Ook kwam ik dozen vol kaarten tegen uit mijn ziekenhuistijd, geschreven door vrienden en familie. Vervreemd keek ik naar de voorgedrukte teksten als “snel beter worden!”. Best ironisch eigenlijk. Ik gooide ze niet weg. Net als de zelfgemaakte tekeningen van mijn zusje, die mijn konijn voor mij tekende omdat ik hem zelf niet kon zien in het ziekenhuis.

En zo groeide de bewaren-stapel veel harder dan de weggooien-stapel. Want hoe kon ik afscheid nemen van al mijn aantekeningen over trainingsstages, wedstrijden en vakanties? Mijn eerste krantenartikel (“ik dacht nog, wat duurt dat Wilhelmus lang”) en alle anderen daarna, voor het overgrote deel uit lokale en regionale kranten. Tekeningen, schilderingen, gedichten, boeken, opstellen voor Nederlands, mijn eerste medaille, mijn rode en gele kaart voor het fluiten van handbalwedstrijden, mijn jurydiploma’s atletiek en handbal. Oude agenda’s, de eerste mail van Pieter, de brieven die mijn ouders naar familie en vrienden stuurden over de gezondheid van mij en mijn moeder.

Met moeite propte ik alles in twee grote dozen. Snotterend, voornamelijk door het stof, maar ook van melancholiek, deed ik een stapje achteruit en aanschouwde mijn tienerjaren. Veel ziek, veel verdriet maar ook heel veel mooie herinneringen die ik alweer een beetje was vergeten.

Mijn vader, opgelucht dat er weer een kamer is opgeruimd, helpt me met de vuilniszakken en ik zet mijn twee dozen jeugd in de achterbak. Met een ferme klap duw ik de deur dicht. Op weg naar huis kijk ik af en toe in de achteruitkijkspiegel naar mijn tienerjaren. Thuis zet ik ze in de schuur. Ja, het is tijd om weer vooruit te kijken. Nog maar 730 dagen tot Londen. Er moet getraind worden.

   
 
Bericht 91-100  

 

 

 

 

  HOME